Dr. Jnan Adhin Instituut (JAI)
Skip Navigation Links
Adhin

Werkplan 2004-2009


I. Inleiding
De stichting Dr. Jnan Adhin Instituut (JAI) werd op 2 april 2004 te Den Haag opgericht. De algemene doelstelling van JAI is om aan alles wat verband houdt met de Hindostaanse cultuur bekendheid te geven, alsook dit te verzamelen, te documenteren en uit te geven en zodoende mede bij te dragen aan een evenwichtige integratie in Nederland. Hierbij kan onder meer worden gedacht aan het uitgeven van boeken, periodieken en brochuremateriaal; het verrichten van onderzoek en het – op termijn - realiseren van een documentatiecentrum. Een en ander vloeit voort uit een bestaande behoefte onder Nederlanders (zowel van Hindostaanse als autochtone afkomst, alsook andere groepen), waaronder studenten, scholieren, onderzoekers en journalisten, naar breed toegankelijke informatie over het hindoeïsme en de Hindostaanse cultuur.

De naam voor het instituut is gekozen vanwege de bijzondere verdiensten van dr. Jnan Adhin (1927 – 2002) voor het behoud van de Hindostaanse cultuur in Suriname. Als groot kenner van de hindoefilosofie, met name de Vedanta, introduceerde hij de vedantische visie van “Eenheid in verscheidenheid” in Suriname in een tijd waarin vertegenwoordigers van het creools nationalisme streefden naar gelijkstelling van de Surinaamse cultuur met de creoolse cultuur, daarbij voorbijgaand aan de belangrijke aanwezigheid van andere, evenals de creoolse, niet-inheemse culturen in het land (met name de Hindostaanse en Javaanse). Met steun van anderen is de opvatting dat Suriname een bloementuin is, waarin alle soorten bloemen kunnen bloeien, nu gemeengoed.

Door middel van colleges, lezingen, publicaties enzovoort heeft Adhin zich tot het laatst ingezet om zijn kennis over te dragen. Hij wilde anderen graag de weg wijzen; zij moesten zelf de verantwoordelijkheid voor hun keuzes dragen. Zijn boodschap was altijd: “Lees en denk vooral zelf na. Neem niet klakkeloos aan wat anderen zeggen.” Dit is ook wat het Jnan Adhin Instituut wil uitdragen door belangstellenden bij te staan in de zoektocht naar goede informatie over de Hindostaanse cultuur, waardoor zij in staat zijn weloverwogen keuzes te maken.

Symbolisch hiervoor staat het logo van JAI, dat een lotus en een potlood bevat (in het Hindostaans: kamal en kalam). In het oude India werd op lotusbladen geschreven en zodoende informatie overgedragen, de vroege voorganger van gedrukte media. De lotus staat op zichzelf symbool voor voorspoed, zuiverheid en vernieuwing. Voor het instituut betekent dit dat integriteit en innovatie essentieel zijn voor het werk. Het logo heeft ook nog bijzondere betekenis in relatie tot de heer Jnan Adhin zelf die zich altijd lyrisch uitliet over de lotus, een bloem die uit de modder voortkomt en totale schoonheid en zuiverheid tentoonspreidt. Voor hem was dat het bewijs dat ook mensen zich spiritueel kunnen ontwikkelen ongeacht hun achtergrond. Verder heeft de hand met het potlood erin ook nog een speciale betekenis gekoppeld aan de persoon van de heer Adhin. Wie hem van nabij heeft gekend, weet dat hij altijd met potlood in de hand aan het lezen was en elk stuk direct van de nodige correcties voorzag.

II. Uitgangspunten

Vanaf 2000 is de toon in Nederland duidelijk negatiever geworden als het gaat om de multiculturele samenleving. De integratie van culturele minderheidsgroepen zou zijn mislukt omdat deze groepen teveel in staat zijn gesteld hun eigen cultuur te behouden. Het kunnen bestaan van een multiculturele samenleving op zich wordt zelfs in twijfel getrokken. Een dergelijk debat is niet erg zinvol als je ervan uitgaat dat de feitelijke situatie in Nederland er een van multiculturaliteit is: er wonen diverse groepen in het land die niet allen precies dezelfde culturele achtergrond hebben en die op hun manier hun eigen cultuur hebben behouden. Hindostanen zijn een van die groepen. Zij hebben zich in hoge mate aangepast aan de Nederlandse samenleving, terwijl ze nog zeer bewust met de eigen cultuur bezig zijn. In een democratische samenleving kun je geen uniformiteit eisen. Men moet dus uitgaan van de realiteit van een samenleving waar meer culturen aanwezig zijn. De uitdaging is om de interactie op harmonische wijze vorm te geven en daar hebben betrokken groeperingen zelf een grote rol te spelen. Niet alles moet van de overheid worden verwacht; een ieder heeft zijn eigen verantwoordelijkheid, die op een constructieve wijze moet worden ingevuld. Kennis van en reflectie op de eigen cultuur en tradities zijn essentieel voor een evenwichtige participatie in de Nederlandse maatschappij. JAI zet zich hiervoor in.

III. Activiteiten

Aan de door JAI te ondernemen activiteiten liggen de volgende doelstellingen ten grondslag:
- constructief bijdragen aan debat over integratie/multiculturele samenleving;
- overbrengen van kennis over Hindostaanse cultuur;
- ontwikkelen van kennis over de Hindostaanse cultuur, met name de ontwikkelingen in Nederland, maar ook in de diaspora;

Pijlers van JAI zijn:
1. Organiseren van lezingen en debatten etc;
2. Aanleg van een cyberbibliotheek;
3. Publicaties door of onder auspiciën van JAI.
4. Onderzoek

Financiering
JAI heeft geen oorspronkelijk eigen vermogen en werkt voornamelijk met vrijwilligers. Voor financiering van activiteiten is het instituut afhankelijk van donaties en subsidies.

Ad 1: Lezingen/debatten 
Hierbij staat informatie verschaffing over (een) bepaald(e) aspect(en) van de Hindostaanse cultuur en reflectie op de gang van zaken binnen de Hindostaanse gemeenschap voorop. Dergelijke activiteiten kunnen worden verbonden aan het uitbrengen van een bepaalde publicatie. De thema’s worden zoveel mogelijk aan de actualiteit gekoppeld.

Ad 2: Cyberbibliotheek
Een van de statutaire doelstellingen van het instituut is de aanleg op termijn van een documentatiecentrum, waarin informatie/artikelen/publicaties over de Hindostaanse cultuur op systematische wijze toegankelijk kunnen worden gemaakt. Vanwege het huidige ICT-tijdperk en het gemak van internet voor een groeiende groep personen (vooral jongeren) is gekozen voor een digitaal documentatiecentrum, een cyberbibliotheek. Dit is een ambitieuze doelstelling die de nodige aanlooptijd zal kosten.

Ad 3: Publicaties
In juni 2004 werd - tijdens de oprichtingsbijeenkomst van JAI - het eerste tweetalige Sarnami-Nederlands woordenboek onder auspiciën van JAI uitgegeven. Sarnami is de taal die Hindostanen in Suriname hebben ontwikkeld en die in Nederland nog steeds onderling wordt gebezigd. Voorzien waren er wel (uitgebreide) woordenlijsten aanwezig, maar niet een woordenboek. Taal is een belangrijk aspect van elke cultuur en het behoud ervan is van belang voor een evenwichtige ontwikkeling van leden van) een groep. Op de rol staan onder meer een historisch fotoboek en een publicatie over Hindostaanse ouderen.

Ad 4. Onderzoek
Onderzoeksactiviteiten hebben tot doel voortdurende reflectie op de ontwikkeling van de gemeenschap. Gedacht kan worden aan: onderzoek onder jongeren en onderzoek onder ouderen over beleving Hindostaanse normen en waarden (zowel in Nederland als Suriname). 
 

Voorts ligt het in de bedoeling om periodiek een prijs uit te reiken aan personen of instanties die zich verdienstelijk hebben gemaakt op het gebied van de Hindostaanse cultuur, met name voor de overdracht daarvan. Vooral om dit laatste wordt de naamgever van het instituut door velen gewaardeerd. Hij hield zijn kennis niet voor zich, maar maakte er werk van deze op anderen over te dragen. De prijs moet vooral worden gezien als een symbolische uitdrukking van waardering. Aangezien JAI nog geen sterke financiële positie heeft opgebouwd, kan niet vanuit eigen middelen een (substantieel) geldsbedrag daaraan worden verbonden.

IV. Strategie
Behoud en het verder ontwikkelen van de Hindostaanse cultuur vereist dat er communicatie is met de Hindostaanse groep en met de brede samenleving. Om de doelgroep te informeren is, met de opkomst van digitale media, gekozen voor een website en op termijn cyberbibliotheek. Wel wordt ernaar gestreefd om jaarlijks een substantiële publicatie uit te brengen (door of onder auspiciën van JAI).

Waar mogelijk werkt JAI samen met andere organisaties, zowel Hindostaanse als niet-Hindoastaanse. Bij te ondernemen activiteiten wordt gekeken naar het comparatieve voordeel dat elke organisatie met zich meebrengt. Hierbij is leidend in hoeverre de doelen van JAI mede zullen worden gerealiseerd. JAI prefereert kwaliteit boven kwantiteit en zal zijn ambities daarnaar richten.

 

 

 

 

 


© 2008 ADHIN INSTITUUT | Algemene Voorwaarden