Officiële proclamatie Jnan Adhin Instituut



Integriteit en innovatie essentieel voor het werk
Onder grote publieke belangstelling werd het recent opgerichte Dr. Jnan Adhin Instituut (JAI) op 4 juni 2004 in Den Haag geproclameerd. Tegelijkertijd werd de eerste publicatie onder auspiciën van JAI gepresenteerd: een Sarnami-Nederlands/Nederlands-Sarnami woordenboek.
Het JAI-bestuur onder leiding van Kanta Adhin werd officieel voorgesteld aan de aanwezigen en ondervoorzitter Chan Choenni ging kort in op het doel van het instituut en de persoon naar wie dit is vernoemd, namelijk wijlen dr. Jnan Adhin (1927-2002). De bijeenkomst werd onder andere bijgewoond door vertegenwoordigers van de Gemeente Den Haag, de ambassades van Suriname en India en diverse Hindostaanse organisaties. De aanwezigen gaven blijk van grote steun voor het nieuwe instituut dat zich met name zal bezighouden met het vastleggen van de Hindostaanse cultuur. De heer Choenni gaf aan dat er niet alleen behoefte is aan kennis over de wortels van Hindostanen, hun cultuur en de ontwikkelingen in Nederland, maar vooral ook aan verspreiding van die kennis. “In die zin kwalificeert dr. Jnan Adhin zich in optima forma om de naamdrager en inspirator van dit instituut te zijn.
Hij hield zijn kennis en wijsheid niet voor zich, maar maakte er werk van deze over te dragen.” De proclamatie ging gepaard met het omhangen van een mala van de foto van Adhin door zijn twee oudste kleinkinderen, tevens bestuursleden van JAI, tezamen met de oprichter van het instituut, Radjin Thakoerdin. “In mijn hoedanigheid van directeur van het Communicatiebureau Sampreshan word ik regelmatig geconfronteerd met vragen over Hindostanen en de Hindostaanse cultuur. Men denkt dat ik als uitgever van boeken en tijdschriften over en voor Hindostanen ook een vraagbaak ben, maar dat is niet zo. Ik moet mijn bedrijf runnen en heb geen tijd om op al die verzoeken in te gaan. Toen ontstond het idee om een instituut op te richten dat zich op meer systematische wijze met informatie over de Hindostaanse cultuur gaat bezighouden.”
Bij de proclamatie hoorde ook de symbolische onthulling van het logo, dat zowel een functionele als een persoonlijke betekenis heeft. Het logo bevat een lotus en een potlood: kamal en kalam. In het oude India werd op lotusbladen geschreven om informatie over te dragen. De vroege voorganger dus van gedrukte media. Het toegankelijk maken van informatie, onder meer door publicaties, is één van de voornaamste doelstellingen van het instituut. De lotus staat op zichzelf symbool voor voorspoed, zuiverheid en vernieuwing. Voor JAI betekent dit dat integriteit en innovatie essentieel zijn voor het werk. De kleuren van het logo, groen en hardi (oranje) zijn herkenbaar als “Hindostaanse kleuren” die voorspoed en vruchtbaarheid symboliseren. Behalve deze functionele uitleg is er ook een persoonlijke kant die direct in relatie staat tot de heer Jnan Adhin zelf. En dat niet alleen omdat hij zelf ettelijke publicaties op zijn naam heeft staan. Hij kon zich altijd heel lyrisch uitlaten over de lotus, een bloem die uit de modder voortkomt en totale schoonheid en zuiverheid tentoonspreidt. Voor hem was dat het bewijs dat ook mensen zich spiritueel tot de hoogste niveaus kunnen ontwikkelen ongeacht hun achtergrond.
Verder heeft de hand met het potlood erin ook nog een speciale betekenis. Wie Adhin van nabij heeft gekend, weet dat hij altijd met potlood in de hand aan het lezen was. En geen boek - van studieboeken tot stripverhalen - was veilig voor zijn correcties en kriebelige aantekeningen.
Volgens voorzitter Kanta Adhin kan het instituut een rol spelen in het uit de ‘onzichtbaarheid’ halen van Hindostanen door kennis over deze groep wijd te verspreiden. “Je hoeft als groep niet door middel van negatief gedrag zichtbaar te worden. In die zin hoeven wij ook niet in te spelen op de allochtonensensatiezucht van de media hier, maar kunnen we onszelf ook op waardige wijze presenteren en zowel de positieve als de minder positieve kanten van de cultuur belichten.”
(Hindorama, jaargang 5, nr.4)
